Archief van: juli 2010

juli 7, 2010

Helpen

Door Giselle Vegter

Ik doe mee aan een workshop over het omgaan met getraumatiseerde vrouwen in (voormalige) oorlogsgebieden. Ik zit met 12 vrouwen en 1 man in een kring in een warme vergaderruimte met systeemplafond op 5 hoog in een West Europese stad. De deelnemers zijn onder andere ambassade personeel dat uitgezonden gaat worden, een documentairemaakster, een universitair onderzoekster, een meisje dat voor de VN gaat werken. Voornamelijk jonge vrouwen die ergens in de wereld, op plekken waar oorlog mensen en landen uiteen heeft gedreven, een zinvolle daad proberen te vinden. De workshop wordt gegeven door Maria, een psychotherapeute die al zeven jaar in Afghanistan vrouwen hulpverlening heeft opgezet in samenwerking met lokale hulpverleensters. Ze laat ons in anderhalve dag een staaltje professionaliteit zien in hoe je je mannetje kunt staan op het speelveld van de wereldellende, dat diepe indruk op me maakt. Alle sceptische vragen over de zin van ons werk, de macht en arrogantie die al snel hoort bij je komst uit een Westers land, worden beantwoord. Het wordt me steeds duidelijker dat dit Westerse vragen zijn, geboren uit Westerse scepsis die we ons kunnen veroorloven omdat we rijk en ontwikkeld zijn. Cultuurrelativisme is Maria vreemd. Mensen zijn biologische, universele wezens en waar pijn is, kan je hulp aanbieden met de kennis die je hebt. Met jouw professie, en met niks anders. Ze behandelt de belangrijkste handvatten waarmee we op weg kunnen gaan. Simpele regels, die je makkelijk uit het oog verliest. Ieder mens is overal anders en is veel meer dan dat wat hem of haar overkomen is. Ontmoet de mens en niet zijn trauma. Geef zekerheid, zekerheid, zekerheid, ook aan jezelf. Het ‘zekeren’ van wat je bent, vraagt en komt doen, geeft de ruimte te ontmoeten en samen te werken: zekere regels, zeker kader, zekere uitstraling, zekere indeling, zekere organisatie. Juist omdat we weten hoe onzeker ons en hun bestaan is. Maria vraagt ons na te denken waarom je hier bij deze workshop zit en wat het met jou te maken heeft. We doen een ‘voorouder’ oefening. We noteren plaats en jaar van de geboorte van onszelf, onze ouders en grootouders. Al snel ligt er een verzameling gele papiertjes op de grond waarin de hele vorige eeuw langs trekt: voor ons ligt de periode 1880-1987 in Iran, Spanje, Polen, Duitsland, Israel en Nederland. In één oogopslag is zichtbaar uit welke geschiedenis deze groep mensen in de vergaderruimte voortkomt. Ik denk aan deportatie van de Joden uit Nederland en hoe het leven in WO II geweest kan zijn. Ik besef me hoe weinig ik van deze tijd weet, hoe weinig persoonlijke verhalen er in mijn familie doorverteld zijn. Het zwijgen in ons land. De schaamte en de schuld over het lot van de Joden. Heeft ons land dit ooit verwerkt? Kan een natie iets verwerken, of kunnen alleen mensen dat? Ik herinner me een brief van mijn grootmoeder uit ’43 die ik laatst van mijn vader kreeg. Ze dankt haar zus voor het opsturen van een stukje zeep en schrijft hoe ze met een fiets zonder banden in een greppel heeft geschuild voor vliegtuigen. Ik ken haar alleen van foto’s en een vage herinnering. Ik lijk uiterlijk sprekend op haar. Ik kijk naar de gele papiertjes en bedenk me hoe weinig wij leven in het besef van waar we vandaan komen. Hoe snel je vluchtig en onwetend kan worden. Hoe is het mogelijk dat iets meer dan 60 jaar na de WO II één op de zes Nederlands stemt voor een partij met als partijpunt nr. 1: etnische registratie. Of is het echt zo dat mensen dat niet weten omdat ze het partijprogramma niet lezen? “Wat heeft het met mij te maken?” zweeft door mijn hoofd. Ik leef in een overgangstijd, bedenk ik me. De geschiedenis van ons land staat weer voor een nieuwe deur. Ik wil terugkijken en doorgeven. Daar staat mijn generatie in. Ik voel nu ook bijzonder duidelijk hoe de informatie van de oorlog van mijn grootouders in mij zit opgeslagen. Zoals het zoontje van een Bosnische vriendin die in de oorlog 16 was, pas op zijn vierde jaar zijn eerste woorden ging zeggen. Ja, een discutabele gedachte. Maar alles groeit in elkaar door en is verbonden. De oorlog in Bosnië heeft alles te maken met de WO II, zoals de spanningen in ons land alles te maken hebben met diezelfde geschiedenis.

Maria vertelt door over de regenererende kracht in natuur en mens. En hoe verbeelding, de dingen anders gaan bekijken, ruimte schept voor beweging. De distantie die theater en kunst kan geven, maakt het tot zo’n waardevol instrument naar je eigen pijn te kijken. ‘Kom altijd terug op je beroep’ geeft ze ons mee. En blijf de vraag wat het met je te maken heeft beantwoorden. Ga uit van de gelijkwaardigheid èn van de verschillen. Denk in EN en niet in OF. Of splijt, En verbindt. Je bent allebei mens, je maakt allebei fouten, je hebt allebei iets te bieden. Wees bewust en alert op het verschil in afkomst: jij hebt automatisch een machtigere positie want je hebt geld. Je hebt een andere verantwoordelijkheid want je komt uit een land dat al 60 jaar in vrede leeft. Je kent de oorlog niet. Je hebt een andere ontwikkeling en reflectievermogen omdat je anders opgeleid bent. Je komt het verst als je de verschillen uitwisselt en zichtbaar houdt. Ga niet proberen gelijk te worden. Leer van hun en laat hen van jou leren. Je biedt aan hoe wij het doen en vraagt of het iets toevoegt aan hoe zij het doen.

We zien een film over trauma in Liberia (Fighting the Silence van Ilse en Femke van Elzen). Het wordt duidelijk hoe trauma alles splijt en hoe besmettelijk vijandelijk denken is.

Maria laat ons vragen en vertelt hoe ze op hun verzoek de Afghaanse vrouwen heeft verteld over hoe vrouwen met vrouwen sex kunnen hebben. Verassing bij ons: ‘hoe reageerden ze?’ -willen wij weten. Sommigen giechelend, één ging even een ommetje maken en de rest had geconcentreerd geluisterd en haar de hemd van het lijf gevraagd. Ik bedenk me hoeveel Afghaanse vrouwen hun sexuele geaardheid niet kunnen beleven. Ik hoor critici om me heen denken ‘hoezo? dat kennen ze toch niet in die cultuur?’ Hoe onwaar, hoe onwetend kunnen wij denken over ‘anderen’. Ze vertelt hoe ze vier jaar geleden zonder hoofddoek, s’ avonds met haar collega’s in Kabul nog naar een café ging. Nu moet ze voor zes uur binnen zijn en loopt ze altijd gesluierd. “Het gaat er minder goed dan eerst” vertelt ze ” maar dat heeft niks te maken met de vraag naar zin. Heling en geweld zullen altijd naast elkaar bestaan”. Denk in En en niet in Of.

Morgen vliegt ze naar Herat. Ik weet dat ik nu bij een bomaanslag daar de krant zal spellen of er geen Duitse hulpverleners bij betrokken zijn. Ik lees een paar dagen later een ander bericht: de Nederlandse missie moet het resultaat van zijn opbouwwerk (vijf jaar lang samenwerken en vertrouwen  en contacten opbouwen) in twee maanden overdragen aan een team van Amerikanen, die het daarna overdragen aan een andere, permanente groep van Amerikanen. De Nederlanders zijn terecht bezorgd dat hun informatie niet goed zal overkomen. We hadden er moeten blijven, denk ik, we hadden er gewoon moeten blijven.

 

Categorieën: Uncategorized